Het verhaal van een boerendochter

HET VERHAAL VAN EEN BOERENDOCHTER

“Wie durft te veranderen, vertrouwt erop dat het verleden niet verdwijnt, maar verder leeft in mooie gedachten.” ‚Äč

Een eeuw in de familie, twee generaties groot gebracht, een zorgloze jeugd, varkenspest, verhuizing, sloop boerderij, ‘reisbureau’ en een nieuwe toekomst - enkele steekwoorden uit ‘Het verhaal van een boerendochter’. Slechts één perspectief in het verhaal, waarin meerdere spelers een rol vervullen. Mijn verhaal.

“Op deze boerderij ben ik opgegroeid. Mijn plekje, een gelukzalige herinnering die niemand mij meer kan afnemen. Waar mijn ouders mij geborgenheid boden, leerden vertrouwen op mijn eigen krachten en liefde voor de natuur bij brachten. Maar toch, waarom dan enige weemoed? Daar zit een heel verhaal achter. De boerderij is niet meer... en dat is even slikken. Al snap ik als geen ander dat op die plek een nieuwe toekomst voor iemand anders in het verschiet ligt.

Dierbaar plekje

Mijn opa Polle Tjeuke en oma Theike Versteegen hebben begin negentienhonderd samen deze boerderij gebouwd. Mijn vader, Nol van Polle Tjeuke, is er opgegroeid met zijn broers en zus. Halverwege de jaren zestig nam hij samen met ‘oos mam’, Mia Heijnen-Ras de boerderij over. Voor mijn vader lijkt het mij een hele eer dat zijn ouders hem dat vertrouwen schonken. Pap en mam hard aan het werk op de boerderij en ondertussen konden mijn broers en ik heerlijk ravotten, crossen, katapulten maken en nog veel meer. Ik kan nog steeds genieten van iets dat nu in mijn geheugen zit als een ogenschijnlijk gewoon en daarmee ook heel bijzonder dierbare plekje voor mij. Mooi hè, dat mijn vader en ik in dezelfde, inmiddels immense beukenboom klommen en onze initialen kerfden in de stam. Het lijkt allemaal rozengeur en maneschijn en dat was het voor mij eigenlijk ook wel. Ik ben trots op die tijd, hoe mijn ouders me op die ruimtelijke plek me ook diezelfde ruimte en vrijheid hebben gegeven om het leven te ontdekken en op eigen benen te gaan staan.

Einde van een tijdperk

De varkenspest in 1997 hakte er in, in ieder geval bij mijn ouders en bij vele andere boeren. Mijn vader ging richting de pensioengerechtigde leeftijd. Ik woonde inmiddels op kamers in Eindhoven, maar was ieder weekend te vinden in die veilige Limburgse thuishaven. Omringd door de liefde van mijn ouders en enorme geborgenheid. Met de zorgen van het boerenbestaan wilden ze ons niet belasten, maar onzichtbaar was het zeker niet. Eind jaren negentig meldde zich een koper voor onze boerderij. Mijn broers en ik hadden niet de ambitie om de boerderij over te nemen. Het besef dat het daarmee uit de familie ging, kwam bij mij pas op het moment dat mijn ouders ook daadwerkelijk gingen verhuizen. Dat was weer even slikken. Gelukkig besefte de koper, Mark, een jonge vent begin dertig met vrouw en kinderen, als geen ander onze verbinding met deze plek. We konden en kunnen er nog steeds altijd terecht. Mijn vader hielp Mark nog diverse jaren regelmatig op de boerderij. Mijn moeder is er jaren niet geweest. Voor haar was een weerzien te emotioneel. Mijn ouders verhuisden naar een andere bijzondere plek: de plek waar mijn overgrootvader en -moeder mijn oma hebben groot gebracht. Prachtig! 

De boom is gebleven

Hoe zit het dan nu met de boerderij? Begin 2008 ben ik nog even in de boerderij geweest. Tenminste wat er nog van over was. Ik was eerst verrast toen mijn vader me vertelde dat de boerderij gesloopt zou worden. ‘Zo oud was het huis toch niet?’ dacht ik. Maar toen ik binnen was, leek de tijd stil te hebben gestaan: de hagelwitte keuken zat er nog in, de ‘vleestegeltjes’ op de keukenvloer, de deuk in de keukendeur die mijn broer er met een iets te enthousiaste karatestoot in kreeg. Het schuurtje met gierslootje erachter was al weg. Misschien maar goed ook, hoe vaak daar niet iemand uitgleed met verstoppertje spelen. En wat leek die douche ineens oud, terwijl die toch pas ‘net’ vernieuwd was. Los van het feit dat afscheid nemen pijn doet, was het weerzien een goed stukje rouwverwerking. Die boerderij was niet meer zo goed en ook de opvolger moet aan zijn toekomst denken. Uitbreiding van de boerderij is zo dicht bij de bos niet mogelijk. Dat was al een gegeven in mijn vaders tijd. Met zijn varkensstallen verspreid over vier locaties, kon Mark bijna beter een reisbureau starten dan varkensboer zijn.
In 2009 zijn de boerderij en het merendeel van de stallen gesloopt. En er staat een geweldig mooi nieuw huis. Gelukkig is de beukenboom, die al meer dan honderd jaar oud is, bewaard gebleven. Maar ook die zal niet het eeuwige leven hebben...

En de boerendochter?

Mijn toekomst bevindt zich, na wat rondzwervingen in het land, weer op het Limburgse platteland. Mijn man Pieter en ik namen in 2001 de boerderij van Pieter’s oom over en hebben deze verbouwd tot een woonboerderij. De ‘deel’ werd eetkamer, de schuur woonkamer en nog meer wensen van 'deze' tijd: een fruitboomgaard, moestuin, kippen, schapen ... om er enkele te noemen. En bomen om in te klauteren. Inmiddels kennen wij ook de rijkdom van een gezin, met onze drie jongens. Ik ben benieuwd wanneer we onze mooie kereltjes uit de boom mogen halen met ladder en al. Die geschiedenis herhaalt zich!”